Versnellen

Uit High Giftedness Wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Door Leonieke Boogaard, februari 2026

Je kind laten versnellen (een klas overslaan) is vaak een moeilijke keuze, zeker als het om meerdere versnellingen gaat. Wereldwijd zijn docenten in het algemeen terughoudend, zeker als het om een tweede of derde versnelling gaat. Maar is dat terecht?

Nicholas Colangelo heeft het over de paradox van versnelling: geen onderwijskundige interventie is zo goed onderzocht (al 100 jaar) en geen onderwijskundige interventie wordt zo weinig toegepast (A Nation Deceived, 2004).

Of zoals James Borland het verwoordt: “ Acceleration is one of the most curious phenomena is the field of education. The research on acceleration is so uniformly positive, the benefits of appropriate acceleration so unequivocal, that it is difficult to see how our educators could oppose it.” (1989)

Wat houdt leraren dan tegen? Hun belangrijkste zorg is de mogelijke schade in de sociale en emotionele ontwikkeling van versnellers. Maar tegelijkertijd blijkt dat docenten nauwelijks op de hoogte zijn van literatuur over dit onderwerp en dat docenten die wel ervaring met versnelde leerlingen hebben er positiever tegenover staan dan docenten zonder ervaring (Southern, Jones & Fiscus, 1989; Townsend & Patrick, 1993).

Ook het geven van goede informatie kan verschil maken. Docenten die goede en objectieve informatie krijgen over hoogbegaafdheid en versnellen zijn daarna positiever in hun opvattingen over de sociale competentie, de motivatie voor school en de prestaties van versnelde leerlingen en minder negatief in hun opvattingen over de emotionele problemen van deze kinderen (Hoogeveen, Hell & Verhoeven, 2005).

Docenten veronderstellen vaak, incorrect, dat de emotionele rijpheid van begaafde kinderen meer overeenkomt met hun fysieke dan met hun mentale leeftijd (Robinson, 2004, in A Nation Deceived Vol II)

Een ander probleem is het gebrek aan inzicht bij docenten dat er een enorme variatie in begaafdheid is. Doordat docenten de hoogbegaafde leerlingen als een homogene groep zien leidt dit tot misidentificatie, inadequate curricula en plaatsing in de verkeerde klas (Gross, 1993). Miraca Gross onderscheidt vijf groepen:

Niveau IQ bereik Verspreiding
Mildly gifted 115 – 129 1:40
Moderately gifted 130 – 144 1:40 – 1:1000
Highly gifted 145 – 159 1:1000 – 1:10.000
Exceptionally gifted 160 – 179 1:10.000 – 1:1 miljoen
Profoundly gifted >180 Minder dan 1 : 1miljoen

De meeste speciale programma’s in het onderwijs zijn afgestemd op de groep met een IQ tussen de 130 en 145. De groep van 145+ blijkt ondanks extra aanbod , verbredings- en verrijkingsprogramma’s toch vaak niet binnen het onderwijssysteem te passen. Voor hen lijkt extreem versnellen (in elk geval meer dan één keer) de enige mogelijkheid, naast natuurlijk extra aanbod in de vorm van verbreding en verrijking, om nog enigszins aan hun leerbehoefte te voldoen.

Uit longitudinaal onderzoek gedurende 20 jaar onder 60 extreem begaafde (IQ > 160) kinderen in Australië (Gross, 2006) blijkt dat de grote meerderheid van de twee of drie keer versnelde leerlingen zeer tevreden is met hun leven , dat ze (onderzoeks)banen hebben op hoog niveau en goede sociale relaties. Leerlingen met vergelijkbare capaciteiten die niet of slechts eenmaal versneld zijn, hebben minder hoge opleidingen, in een aantal gevallen hun school zelfs niet afgemaakt, zijn minder tevreden met hun leven en hebben in veel gevallen grote moeilijkheden op sociaal gebied.

Ook uit onderzoek in Nederland (Boogaard, 2008) blijkt dat meermaals versnellen geen problemen oplevert, integendeel. Zowel de leerlingen als hun ouders geven dat aan dat na iedere versnelling de vriendschappen en sociale contacten in de klas gelijk bleven of verbeterden. Ook de cognitieve resultaten zijn over het algemeen goed, de leerlingen die aangeven dat het matig of slecht gaat, zitten meestal op een school waar geen extra aanbod of begeleiding is. Hoewel in ongeveer de helft van de gevallen de basisschool tegen de versnelling was, lijkt het in de meeste gevallen toch goed uitgepakt te hebben. Van de leerlingen is er niemand die achteraf liever niet twee of drie keer versneld was, hooguit hadden ze nog vaker willen versnellen. Ook de ouders geven aan, met de kennis die ze nu achteraf hebben, dat ze het weer gedaan zouden hebben. Ook dit komt overeen met de literatuur. Onderzoek onder hoogbegaafde volwassenen geeft aan dat ze geen spijt hebben van hun versnellingen maar alleen van het feit dat ze niet vaker versneld zijn (A Nation Deceived, Vol I, 2004)

Natuurlijk moet in elk individueel geval zorgvuldig gekeken worden of versnellen voor deze leerling de beste optie is. Een instrument dat kan helpen bij het maken van deze keuze is de Versnellingswijzer

Digitale versnellingswijzer - IJsselgroep Educatieve Dienstverlening

Boogaard, L. (2008). (Te) jong naar het voortgezet onderwijs. Thesis ECHA opleiding, Nijmagen, Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO)

Borland, J. H. (1989) Teachers College, Columbia University

Colangelo, N. , Assouline, S. G., & Gross, M.U.M. (2004) A Nation Deceived: How schools hold back America’s Brightest Students The Templeton National Report On Acceleration (deel I en II) A Nation Deceived

Gross, M.U.M. (2006) Exceptionally Gifted Children: Long term Outcomes of Academic Acceleration and Nonacceleration. In: Journal for the Education of the Gifted Vol. 29, No 4 2006, pp 404-429

Hoogeveen, L., van Hell, J.G. & Verhoeven, L.(2005) Teacher attitudes toward academic accelerated students in the Netherlands In: Journal for the education of the gifted, vol.29 no. 1 pp 30-59

Townsend, M.A.R. & Patrick, H. (1993). Academic and psychosocial apprehensions of teachers and teachers trainees toward the acceleration of gifted children. In: New Zealand Journal of Educational Studies, Vol. 28, No 1

Southern, T.W., Jones, E.D. & Fiscus, E.D. (1989). Practitioners objections to the academic acceleration of gifted children. In: Gifted Child Quarterly, Vol. 33, No 1